Welkom op de tentoonstelling van het kwade. Van Gogh schilderde De sterrennacht (1889) terwijl hij vocht tegen angsten en verslaving. Frida Kahlo schilderde obsessief haar fysieke en emotionele pijn. Edvard Munch schreef dat 'ziekte, gekte en dood de zwarte engelen zijn die mijn wieg bewaakten', en hij kreeg zelfs de diagnose neurasthenie: een klinische aandoening die te maken heeft met hysterie en hypochondrie. Aristoteles beschreef dit fenomeen toen hij stelde dat 'er nooit een groot genie heeft bestaan dat ook niet een beetje gek was’.
We weten nog altijd niet volledig hoe een fantasierijke geest werkt. Onderzoek suggereert dat bij creativiteit een veelheid van eigenschappen, gedrag en sociale invloed samenkomen in één enkele persoon. De neurowetenschap geeft een ingewikkeld beeld van creativiteit en men denkt dat er cognitieve processen, zenuwbanen en emoties bij komen kijken. Psychologisch gezien zijn mensen met een creatieve persoonlijkheid lastig te begrijpen, voornamelijk omdat ze complex en paradoxaal zijn en geneigd zijn gewoonten of routines te vermijden. Dus misschien is de 'gekwelde kunstenaar' niet alleen een stereotype - misschien is het brein van een kunstenaar wel uniek. Het concept van de gekwelde kunstenaar' met een schorpioenachtige geest die bezwijkt aan zijn nachtmerries is een schadelijke mythe. Die suggereert dat deze twee toestanden elkaar uitsluiten. Dit is heel verontrustend voor iedereen die creatief werk doet. Laten we in plaats daarvan waarderend kijken naar die schitterende, gedurfde en soms verbijsterende kunstwerken. Laten we de meesters in hun vak, gekweld door ziekten van lichaam, geest en ziel, bewonderen, net als hun vermogen om ondanks (en niet dankzij) hun lijden grootse kunst te creëren.