01. Bespreek de periode van de 'Verlichting' (Frankrijk +/- 1780). Welke eigenschap van de mens kwam hier centraal te staan en waarom? Bespreek een aantal verlichtingsfilosofen en hun ideeën.
+ welke betekenis heeft de verlichting vandaag? (Denk aan de het werk van Joop van Lieshout en de discussie in de les)
02. Welke ideeën van de verlichting vind je terug in de Amerikaanse grondwet? Bespreek kritisch. (zie schema) Vind je dezelfde verlichtingsideeën terug in de actuele Belgische politiek? Ja of Nee? en is dat een goede of een slechte zaak?
03. Welke rol heeft de Franse Revolutie gespeeld in het ontstaan van vrijheid in het westen? Leg uit. Gebruik momenten uit het verloop (beginsituatie, Fase 1, Fase 2 en Fase 3) van de revolutie om de betekenis duidelijk te maken. Kunnen we uit het verloop van de Franse Revolutie besluiten trekken naar vandaag, Irak, Afghanistan, Noord- Korea … Hoe ontstaat vrijheid en democratisering?
04. Hoe zat de eerste industriële revolutie in elkaar? Leg uit hoe verschillende ingrediënten en mechanismen in Engeland hebben gezorgd voor de eerste industrialisatie. + Geef concrete voorbeelden van economische sectoren waar die industrialisatie is doorgebroken en verklaar dit. + Waarom zijn deze economische mechanismen nuttig voor bijvoorbeeld ontwikkelingshulp in ontwikkelingslanden? Is de wereld door industrialisatie beter of slechter geworden? Waarom? Gebruik concrete voorbeelden?
Op welke manier hebben apparaten, technologie een invloed op wie je bent en hoe je je gedraagt? Geef concrete voorbeelden.
05. Beschrijf en verklaar de tweede industriële revolutie. Welke mechanismen zaten er achter deze nieuwe explosie van industrie? Wat waren de gevolgen van de tweede industriële revolutie voor de wereld? (massa-consumptie, Taylorisme... ) + beschrijf aan de hand van concrete voorbeelden hoe deze dingen invloed hebben op jouw leven.
06. Wat was het dominante culturele gedachtegoed in de 19de eeuw? Welke ideeën hadden veel mensen toen? Waarom!? Welke rol speelden de wereldtentoonstellingen of wetenschappen hierin? Hoe heeft de Burgerij dit beeld gecreëerd en waarom?
07. Bespreek een aantal (negatieve) gevolgen van de industrialisatie. Van welke wantoestanden was er sprake in 19de eeuw. Beschrijf de situatie van de arbeiders. + verklaar de grote kloof tussen arm en rijk. Hoe is die tot stand gekomen?
08. Hoe en waar is het systeem van de lopende band ontstaan? Welke gevolgen heeft deze manier van arbeid gehad voor de wereld (vandaag)? Verklaar een fenomeen als “the decline of the miraculous”. Geef voorbeelden. Wat is je mening hierover? (zie discussie les)
09. Wat was de reactie van de arbeiders op hun ellendige situatie? Beschrijf het verzet en de verschillende wapens waarover ze konden beschikken. Welke elementen uit deze strijd zijn vandaag nog aanwezig in onze maatschappij? Geef voorbeelden. Zijn vakbonden nog nodig? Waarom wel/niet?
10. Welke fenomenen en gebeurtenissen hebben aanleiding gegeven tot de Eerste Wereldoorlog? Leg uit waarom een wereldwijd conflict misschien wel onvermijdelijk was. Hoe ontstaan oorlogen vandaag? Zie je overeenkomsten en/of verschillen?
11. Beschrijf het verloop van WOI. Heb daarbij aandacht voor de geografische omstandigheden. Gebruik de historische atlas! Wat voor een soort oorlog was het? Hoe heeft het landschap (in de Westhoek) het verloop van de oorlog bepaald?
12. Beschrijf het leven van de soldaten in de loopgraven. Wat was hun beeld en ervaring van de oorlog? Geef concrete voorbeelden. Klopt ons beeld van WOI? (de modderige foto's, de dagboeken...) Pas de nodige historische kritiek toe op deze bronnen.
13. Bespreek het einde van WOI. Hoe liep de oorlog af? Beschrijf met de nodige kritiek de 'Vrede van Versailles'. Wat was de houding van de verschillende grootmachten. Verklaar. Wat was de volkenbond? + Wat is voor jou de betekenis van WO1? (= besluit)