Het Gilbert U-238 Atomic Energy Lab, uitgebracht in 1950, wordt beschouwd als het meest gevaarlijke speelgoed dat ooit verkocht werd. Wat zat er in de doos? Voor de prijs van $49,50 (wat destijds een klein fortuin was, vergelijkbaar met ongeveer $600 nu) kregen kinderen een metalen koffer vol wetenschappelijke instrumenten en stoffen die je vandaag de dag alleen in zwaarbeveiligde laboratoria zou verwachten:
Vier soorten uraniumerts: Glazen potjes met autuniet, torberniet, uraniniet en carnotiet.
Radioactieve bronnen: Alpha-, bèta- en gammastralingsbronnen (waaronder Lood-210, Polonium-210 en mogelijk Ruthenium-106).
Een Geiger-Müller-teller: Om de straling daadwerkelijk te meten.
Een Wilson-nevelkamer: Waarmee je de sporen van alfa-deeltjes die door de lucht schoten met het blote oog kon zien.
Een Spinthariscoop: Een apparaatje om radioactief verval te observeren.
Een Elektroscoop: Om elektrische ladingen te meten.
De handleiding, geschreven door vooraanstaande natuurkundigen, moedigde kinderen aan om proefjes te doen die we nu levensgevaarlijk zouden noemen. Een van de voorgestelde "spelletjes" was om een radioactieve bron ergens in huis te verstoppen, waarna een ander kind deze moest terugvinden met behulp van de Geigerteller.
Hoewel de maker, A.C. Gilbert, beweerde dat de set veilig was zolang de potjes niet geopend werden, was de realiteit anders. De grootste dreiging was niet de straling van buitenaf, maar het risico dat een kind de potjes openmaakte of de stofjes aan de vingers kreeg. Inslikken of inademen van uraniumstof of de alfastralers (zoals Polonium) kan leiden tot ernstige interne schade en kanker. Polonium-210 is extreem giftig; zelfs een minuscule hoeveelheid is dodelijk als het in de bloedbaan terechtkomt.
Het was niet direct een officieel verbod dat de set uit de schappen haalde, maar simpelweg de prijs en complexiteit. Het was veel te duur voor de gemiddelde familie en waarschijnlijk ook te ingewikkeld voor de meeste kinderen. Er zijn minder dan 5.000 exemplaren van verkocht voordat het in 1951 verdween.
Spelen is leuk. Het is gezellig. Daarnaast is het ook belangrijk voor je leerproces en sociale vaardigheden. Het is gezond om kinderen voldoende ruimte te geven om te spelen. Je kan zelf kiezen waar je mee wil spelen. Computerspelletjes, een nachtspel bij de scouts, gezelschapsspelletjes als D&D … Kortom speelgoed en spelen is niet iets waar je het kwaad snel zou verwachten en toch gaan jullie dit onderzoeken. Kijk op verschillende manieren naar ‘spelen’. Hoe speel je zelf? Met welke dilemma's word je geconfronteerd?
Enkele vragen & bedenkingen die kunnen helpen …
Waar schuilt het kwaad ergens volgens jou? We denken vaak aan donkere steegjes of gevaarlijke monsters maar …
Misschien is het kwaad iets heel alledaags en banaal. Kwaad kan voortkomen uit onnadenkendheid. We zijn niet vaak bewust destructief. Het kwaad is de afwezigheid van empathie of kritisch denken.
Elke mens heeft een schaduwzijde. We voelen soms egoïsme, boosheid, … Hoe gaan we hiermee om? Willen/kunnen we dit altijd onder ogen zien? Misschien ontstaat zo wel het kwaad?
Misschien is de meest gevaarlijke schuilplaats van het kwaad, niet haat maar onverschilligheid. Mensen durven al eens wegkijken omdat het makkelijker, veiliger of comfortabeler is.
Het kwaad houdt zich ook schuil in groepsdenken en in "Wij-Zij" dynamieken. We reduceren anderen tot een label. Het kwaad vermomt zich dan als "gerechtigheid" of "ideologie".
Hoe kijken religieuze mensen naar het kwaad? Kijk/luister naar het verhaal van Job, dit is het derde boek van de wijsheid literatuur uit het Oude Testament. Wat zegt dit verhaal over het kwade en het goede?
Leidt het kwaad soms of altijd tot iets goeds? Ga op zoek naar voorbeelden.